TEKSTEN

De foto's vertellen hun verhaal, en ze verleiden tot het voortborduren in woorden. Nieuwe verhalen. Verbonden woorden.

Een selectie uit de tekst

1

Soms hoor je het aankomen. Je sluit je ogen, staat stil, en je wacht. Je neus zoekt de wind, je adem richt zich op de van alle kanten aanruisende natuur. Eerst volg je onrustig, onregelmatig, de grillen van de lispelende, murmelende, zuchtende, klagende, van de zingende wind. Dan, steeds rustiger, neem je over wat is.

Vanaf dan verandert alles. Je staat op de grond, de lucht is om je heen. De wind suist niet langer aan, hij ruist door je huid en zakt langs je botten tot diep in de aarde. Je reikt je arm en hij is lucht, je breidt uit tot in het hart van de beuk, de klavers, de merel en de regenworm.

Als je zo vervloeit, als je verloren bent in alles, alles terugvloeit in jou, dan waait het beeld aan. Het ontvouwt zich, je bent erdoor omgeven, het fluistert zich tevoorschijn en wil alleen nog maar verstild worden.

 

 5

 Is zwart het tegendeel van wit?

Om die vraag te beantwoorden zouden we kunnen kijken hoeveel wit er in zwart zit, en hoeveel zwart in wit. Maar wat weten we dan?

Want ook als zwart en wit niks gemeen hebben, kunnen de tegenstellingen verbinden. We hopen. We kunnen het zien.



Het begint bij de toevallige ontmoeting. Uitersten die elkaar treffen, zonder elkaar te herkennen. Ze stoten af, lopen bij elkaar weg. Maar tijdens de verwijdering draaien ze nog één keer het hoofd, nieuwsgierig naar de ander. Onbegrepen gelokt door een plotselinge geur van avontuur. Dan wordt in een fractie afstoting aantrekking, de twee keren om en naderen. Steeds dichterbij, totdat ze elkaar raken – eerst heel licht, dan allengs lijfelijker - en één worden. Zwart en wit, twee uitersten die elkaar omarmen en inzuigen, tot het zwart niet meer kan bestaan zonder het wit te bevrijden. En andersom.

Kijk maar. Er is zwart, er is wit. Maar overal de vitale drang van het zwart om het wit op te zoeken, van het wit om het zwart te ontmoeten.

Dat gaat langs oneindige schakeringen grijs. Met een vergrootglas zijn het korrels, individuele elementaire deeltjes. Tegelijkertijd hebben ze zich zo geordend dat er een beeld ontstaat. We zien het met het blote oog. We zien de beweging van de natuur, waarin alles zich uitdrukt: angst, geluk, gevecht, vlucht, liefde, verlies, beweging, stilte.

In de verbinding tussen het zwart en het wit wordt de schepping onthult. Iedere keer opnieuw, iedere keer anders. Alle deeltjes houden elkaar vast. Een oneindige reeks verbindingen, ontmoetingen, die stapsgewijs naar het geheel leiden.

Alles bloeit in gescheidenheid. Alles is een.